Nieuw: DVD! Machinaal Bekappen met Piet Loof DVD Meer informatie

Positief Clickertrainen met Piet Loof DVD Meer informatie

Gratis eZine Schrijf je in voor mijn Ezine en ontvang het gratis dagboek van Alegra.

Meer informatie

Voornaam
Email

eZine archief

Boomloze zadels

Bestemd voor CAP 37, september 2006

Bestand: boomloze zadels

 

Waarom kiezen voor…

 

 

Een boomloos zadel?

 

 

  Is het in populariteit stijgende boomloze zadel een hype of de oplossing voor alle zadelproblemen? We vroegen het Denis Teirlynck, docent aan de Vlaamse Trainer School, Syntra Midden-Vlaanderen en gediplomeerd paardenfysiotherapeut.  

 

Tekst: Dorien van Dijk • Fotografie: Dirk Caremans

 

“Wanneer je een tijd met te kleine schoenen hebt rond gelopen en je loopt daarna op blote voeten dan is dat heel prettig. Een boomloos zadel is fijn voor elk paard dat een slecht zadel gewend is, begrijp je?” Denis Teirlynck heeft een eigen zaak, de Alea Ruitershop in Hansbeke. Ook hij heeft boomloze zadels in zijn winkel. Hij zal ze zeker niet bij voorbaat aanraden. Nee, eerst wil hij het paard zien en de ruiter en daarna de combinatie tussen de twee, want zo zegt hij: “Het zadel moet een communicatiemiddel zijn tussen paard en ruiter, waar beiden zich goed bij voelen.”

 

Onherstelbare schade

Rugklachten bij paarden zijn een veel voorkomend probleem. Ze komen vaak pas laat aan het licht, doordat paarden zeer vergevingsgezind zijn en van nature uit gaan “compenseren” (proberen recht te lopen ondanks rug- of drukproblemen) zodat pas na verloop van tijd – wanneer er soms al onherstelbare schade is opgetreden – zichtbare problemen vertoond worden. Om de werking van het zadel (en ook je paard) beter te begrijpen, is een zekere kennis van de anatomie van het paard noodzakelijk. Een paard heeft geen sleutelbeenderen. De romp hangt met spieren aan de voorste ledematen en vooral de schouderbladen. Drukt er iets onaangenaams op een spier (een zadel bijvoorbeeld) dan zal het paard of die spier opspannen of zal het die wegdrukken, wat elders in de rug tegendruk geeft. Ook bij de overdreven druk op de schouderbladen is dit het gevolg (bvb. spieratrofie of drukplekken/witte haren aan beide zijden van de schoft). De ruggenwervels van het paard worden door de borstkas ondersteund tot de achttiende wervel (T18) , daarna komen de niet ondersteunde lendenwervels. Deze lendenwervels hebben een andere, bredere, vorm dan de voorliggende, meer rechtopstaande wervels. “Wanneer wij, ruiters, op de paardenrug gaan zitten, is het belangrijk dat de druk zoveel en zo goed mogelijk wordt verdeeld, waarbij de schouders vrij worden gelaten en het gewicht nooit achter T18 mag komen te liggen”, legt Teirlynck uit. Echter, een zadel mag ook geen brug vormen tussen de schouders en de lendenwervels, doordat de rug van het paard te hol is. Een holle rug bij het paard staat gelijk aan een slappe rug en slappe buikspierenen en kan verschillende oorzaken hebben. Lordose, het normale inzakken van de rug (natuurlijk, maar ook door o.a. het ruitergewicht), kan gecompenseerd worden door training. Wanneer het paard goed onder treedt en zijn achterhand voldoende gebruikt, zijn de buikspieren opgespannen. Dit zorgt voor de draagkracht, die we nodig hebben om goed paard te rijden. Wanneer het paard te slappe buikspieren heeft (of die door een overdreven of verkeerde druk niet kán gebruiken), is er nauwelijks of geen opspanning en de draagkracht een stuk minder.

Slappe buikspieren zie je regelmatig bij kweekmerries, ook bij slecht getrainde paarden oudere paarden komen deze vaak voor en dan heb je nog de pathologische lordose, een extreem doorgezakte rug. Dit brengt vaak een moeilijk herstelbare schade teweeg aan de wervelkolom. “Bij deze drie typen paarden kan een boomloos zadel een uitkomst zijn”, aldus Teirlynck. Een gewoon zadel zou namelijk altijd de ‘verboden brug’ vormen tussen schouders en lendenwervels en het paard gegarandeerd pijn bezorgen. Een boomloos zadel volgt de vorm van de rug en zal, in eerste instantie, als zodanig fijn aanvoelen voor het paard.

Maar boomloze zadels zijn ook niet zaligmakend en ook deze kunnen slecht passen op het paard. Een perfect passend zadel bestaat gewoonweg NIET omdat er zoveel verschillende paardenmodellen zijn en er soms héél afwijkende bouwen en conformaties voor komen. Verder hebben wij een poging gedaan om positief kritisch de verschillende kanten van de boomloze zadels te belichten. Uiteraard kan op elke hier wel een tegen argumentatie gevonden worden, maar deze moet dan wel wetenschappelijk verantwoord zijn… .

 

Vraagtekens

Verschillende beoefenaars van natural horsemanship zweren bij het boomloze zadel. Het zou het contact tussen ruiter en paard bevorderen en de meest natuurlijke vorm van rijden zijn. Maar is dit nu wel zo? Ervan uitgaande dat het paard zich het prettigst voelt wanneer de last op zijn rug gelijkmatig over zijn ruggenwervels, ondersteund door de ribben, is verdeeld, kun je daar terecht vraagtekens bij zetten. Wanneer de ruiter plaatsneemt op een boomloos zadel, werken zijn zitbeenknobbels en het ruitergewicht regelrecht in op de (rechtop staande!) borstruggenwervels van het paard. Van enige drukverdeling is nauwelijks sprake. De mythe van de indiaan die zonder zadel op zijn gevlekt paard vrij door de prairie rijdt speelt ook hier een rol. In werkelijkheid gebeurt dit zelden en rijden, behalve in de films, de indianen eveneens met een zadel rond. Ook de Scythen en de Hunnen die paardenvolkeren waren hadden zadels. Zij weten misschien waarom…?

Naar drukverdeling op de paardenrug zijn enkele onderzoeken gedaan. Een studie in de Verenigde Staten en een studie in Duitsland verschillen iets in de uitkomst, maar een simpele rekensom toont aan dat de paardenrug al snel teveel wordt belast. Volgens de Amerikaanse studie kan een paardenrug een maximale belasting aan van 190 gram per vierkante centimeter.

Volgens de Duitse studie is dit slechts 120 gram per vierkante centimeter. Of het verschil ligt in de verschillende typen paard die in beide landen worden gebruikt (andere bespiering en lichaamsbouw van bijvoorbeeld Quarters) is niet duidelijk, maar dat de maximale draagkracht dus heel beperkt is en drukverdeling van groot belang is, behoeft geen uitleg. Dit uiteraard bij een continue belasting!

Denis Teirlynck, zelf een zwaar gebouwd man, is er eerder voorstander van een onderscheid te maken tussen werkzadels en wedstrijdzadels. Een westernzadel of Camargue-zadel (of vroeger de militaire zadels) bijvoorbeeld zijn werkzadels die vervaardigd werden om de last- en drukverdeling maximaal te verdelen. Hoewel deze zadels iets zwaarder zijn (zo’n 14 kg)  dan een Engels sportzadel (+/- 10 kg met stijgbeugels), is het draagvlak en daarmee de drukverdeling zo gunstig dat het paard er wel bij vaart. Sportzadels daarentegen worden gebruikt voor het springen, dressuur of een recreatieve wandeling en dit meestal voor een kortere duur. Theoretisch zou een overdruk kunnen ontstaan op de huid van het paard (zeker daar waar de botten dicht onder de huidoppervlakte liggen zoals aan de schouderbladen) indien men met sportzadels langdurige belasting uitoefent op de paardenrug. Gelukkig dempen de kussens dit fenomeen (en daarvoor moeten die dan ook gelijkmatig en degelijk zijn opgevuld).

Bij boomloze zadels zijn er géén verdelingskussens en is het gewicht enkel verwijderd van de paardenrug door één of twee lagen leder.

 

Paardvriendelijke eigenschappen

Hoewel zo’n negentig procent van de westernzadels nog altijd is opgebouwd uit een houten boom overtrokken met glasvezel, zijn er ook in deze industrie allerlei ontwikkelingen gaande om het relatief zware en stugge westernzadel meer paardvriendelijke eigenschappen te geven. Hoewel een houten boom met glasvezel al lang niet meer zo zwaar is als de oorspronkelijke houten boom overtrokken met ongelooid leer (rawhide), zijn er inmiddels nog lichtere en flexibelere exemplaren op de markt, zoals het ralide zadel, gemaakt van een soort geëxpandeerd polyethyleen en een met prohide overtrokken zadelboom, een ademend maar niet waterdoorlatend materiaal, ontwikkeld door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. De Equiflex is daarentegen is het nieuwe type westernzadel van de toekomst met een flexibele boom gemaakt uit een polymeer kunststof welke meebeweegt met het paard en toch voldoende stugheid heeft voor een optimale gewichtsverdeling.

Naast deze opties bestaan er nog sportzadels met een verstelbare boom. Denis Teirlynck: “Een verstelbare boom kan een uitkomst zijn wanneer je een jong paard in training hebt, waarvan je verwacht dat zijn lichaamsbouw nog iets veranderd, evenals zijn musculatuur. Een verstelbare boom is echter maar beperkt verstelbaar en zeer zeker niet geschikt als goedkope oplossing om meerdere paarden te rijden.”

Het Wintec zadel (de Duitse dressuuramazone Isabell Werth schijnt erbij te zweren) is volgens Teirlynck één van de meest paardvriendelijke zadels met een uitstekende prijs/kwaliteitsverhouding. In dit kunststof zadel kunnen – al naar gelang de breedte van de schouders van je paard – verschillende bomen worden geschoven (wordt ter plekke door de zadelpasser aangemeten en bevestigd). Daarnaast zorgen de kussens voor een optimale drukverdeling. De kussens van dit Australische systeem zijn voorzien van het Cairsysteem. De kussens zijn gevuld met twee over elkaar liggende luchtcompartimenten in plaats van kunststof of wol, waardoor kleine oneffenheden in de symmetrie van het paard op deze wijze subtiel kunnen worden gecompenseerd. Ook de boom vertoont een lichte flexibiliteit. . Voor deze die absoluut een lederen (en duurdere) versie ervan willen  kunnen dit, met dezelfde paardvriendelijke voordelen, bekomen onder het merk Bates.

 

Lapmiddelen

Wanneer geprobeerd wordt een slecht passend zadel minder schade aan te laten richten, raak je al snel verzeild in de lapmiddelen. Een gelpad is bijvoorbeeld geschikt voor paarden met heel dunne velletjes of een huidprobleem, niet als compensatie van een slecht passend zadel (als bvb. het zadel te smal is zal het dit zadel nog smaller maken en de druk verhogen). Ook een sjabrak of onderlegger is niet bedoeld als extra kussen ter bescherming van de paardenrug. In een Engels zadel zijn kussens verwerkt, dus daar is een onderlegger in principe overbodig. De dunne witte sjabrakken waarmee op wedstrijd wordt gereden, zijn alleen voor de sier. Een westernzadel heeft geen kussens, dus dan is een flinke onderlegger wel weer aangewezen.

Ook de boomloze zadels gebruiken speciale onderleggers ter versteviging van het geheel of om de wervelkolom te vrijwaren! Men beveelt het zeker aan bij zwaardere ruiters boven de 80-90 Kg. Dit toont duidelijk aan dat er met de drukverdeling op de rug moet rekening gehouden worden.

 

Stap-voor-stap

Een zadel kopen voor je paard is niet iets wat je tussen de soep en de patatten door doet. Zoveel mag nu wel duidelijk zijn. Hoe ga je het best te werk? Hoewel veel ruitersportzaken nog altijd zadels verkopen, zonder dat het eerst is gepast, is dit ongepast. De kans op een miskoop is ongeveer honderd procent. Er zijn zoveel meer zaken waarnaar je moet kijken dan enkel schoudervrijheid en de twee vingers ruimte tussen de paardenrug en het zadel. Denis Teirlynck adviseert iedere ruiter om voor de aanschaf van een zadel bij een professioneel zadelpasser langs te gaan. Teirlynck zelf kijkt altijd eerst naar de symmetrie van het paard. Zijn de linker en rechterkant van het paard gelijk? Wat is de origine van het paard, zijn leeftijd en waarvoor moet het dier dienen, hoe wordt het getraind? Liefst kijkt hij ook even naar de moeder. Gaat het om een dik of een dun paard? Na deze eerste inspectie laat hij de ruiter op verschillende zadels plaatsnemen. “Het gaat erom dat je ruiter en paard met elkaar in overeenstemming brengt. De communicatie tussen ruiter en paard mag niet gehinderd worden door een slecht passend zadel.” Dan wordt overgegaan tot het zadel passen. Opzadelen, de piste in en rijden. Dat is volgens Teirlynck de enige manier om te kijken of zadel echt goed zit voor het paard en de ruiter. “Een auto koop je toch ook niet zonder er eerst een proefrit mee gemaakt te hebben?” vraagt Teirlynck. 

Wanneer je twijfelt of jouw zadel wel goed past, kun je het best eerst eens te rade gaan bij je instructeur. Die zou moeten kunnen zien of de ruimte tussen het zadel en de ruggengraat voldoende is en of het zwaartepunt van het kopstuk ongeveer twee vingers achter het schouderblad ligt. Helaas laten bij de opleiding de officiële instanties een steek vallen want in geen enkel opleidingsboekje worden de zadelpasprincipes uitgelegd. En nochtans maken deze deel uit van de essentie van het paardrijden. Teirlynck lacht: “Ga anders eens met een boomloos zadel rijden. Loopt je paard dan beter, dan weet je zeker dat je met een slecht passend zadel hebt gereden!”

 

 

Positief kritische analyse op de boomloze zadels…

 1.      Een boomloos zadel corrigeert de ruiterzit niet!

Juist. Een ruiter met een onstabiele en verkeerde ruiterzit (voorovergebogen of stoelzit) kan het best niet met zo een zadel rijden want de drukbelasting wordt te groot en het paar kan niet in balans of evenwicht lopen. Er bestaat gevaar voor manken omdat het paard niet recht kan lopen. Het evenwichtsverlies van een ruiter met een onstabiele zit wordt onmiddellijk gevoeld door het paard. Daarentegen zijn de klassiek passende bomen op dat punt meer vergevingsgezind.

2.      Een boomloos zadel kan het ruitergewicht niet verdelen!

Juist. Vooral bij zwaardere ruiters is dit zeker een probleem. De punctuele drukverdeling wordt té groot. Een zwaardere ruiter wacht al 9 maanden op zijn boomloos Italiaans zadel omdat zij het speciaal moeten vervaardigen en dit niet in hun normale lijnproductie kan gebeuren… . Men kan zich terecht dan de vraag stellen of het “boomloos principe” dan nog steek houdt. Een ander geval is o.a. bij een meerdaagse tocht waar het paard van een zwaardere ervaren ruiter duidelijk trippelt en weerbarstig is terwijl het met een lichtere ruiter nauwelijks problemen maakt. De opgelopen schade is vaak van onherstelbare aard.

Ergens werd beweerd dat het zitvlak van de ruiter en de billen zijn druk verdelen. Als men aan de magere kant is heeft men dus een probleem, als men te dik is een gewichtsprobleem… .

3.      Een boomloos zadel is gemaakt voor elke ruiter!

Fout. Zoals hiervoor al werd beschreven is het gewicht een groot probleem. Indien de ruiter echter beschikt over een “onafhankelijke” zit en indien hij/zij minder weegt dan 80 Kg is dit echter minder problematisch. Een publiciteit van een merk boomloze zadels beweert dat de ruiter door het gebruik van zijn zadels boven het zwaartepunt van het paard zit terwijl een ander beweert dat (cit.)”de ruiter zit in het zadel iets achter het zwaartepunt van het paard, waar hij ook zonder zadel zou zitten”. Het hoeft gezegd dat het zwaartepunt van het jonge paard op een andere plaats ligt dan dat van een verzameld of degelijk opgeleid paard. Dit evolueert door training en elk zadel moet die training optimaal toelaten. Is dit mogelijk met een boomloos zadel?

Alweer op internet staat het verhaal dat ruiters met rugklachten ook veel baat hebben bij een boomloos zadel. Dit is fundamenteel fout! In dit geval moeten de rugspieren verstevigd worden en dit bekomt men door het kantelen van het ruiterbekken. Een zadel met boom waarbij de zit dan kan aangepast worden is in dit opzicht beter dan helemaal géén ondersteuning.

Ook wedstrijdruiters (jumping, dressuur, reining, military) kunnen beter met klassieke zadels rijden. Dit geven de fabrikanten van boomloze zadels dan ook ruiterlijk toe.

4.      Een boomloos zadel knelt niet, en geeft veel bewegingsvrijheid!

Juist voor wat de bewegingsvrijheid aangaat, fout voor wat het knellen betreft. De houten of polyester voor- en achterboom van de boomloze zadels kunnen bij bepaalde paarden gaan knellen. Sommigen beweren dat je die er kan uithalen en opvullen met wol of jouw persoonlijke items. Ook dit is niet correct daar deze 2 “vakjes” nodig zijn voor wat stabiliteit en stevigheid te geven aan het zadel én de ruiter. Indien die niet nodig zouden zijn kan men evengoed een “barepack zadeldek” kopen, dit is dan net hetzelfde en véél goedkoper! Indien men een boomloos zadel niet gebruikt met de voorgeschreven onderlegger drukt het op de ruggengraat van het paard, wat even nefast is als het klemmen achter de schouderbladen.

5.      Een boomloos zadel is licht van gewicht!

Juist. Vooral voor vrouwen en kinderen kan dit interessant zijn. De keerzijde van de medaille (té slap, gewichtsverdeling enz.) is echter terug te vinden in de punten zoals in het artikel omschreven. Helaas leidt dit lichtgewicht ook tot een lichtere zadelbouw en vaak  komen die zadels terug voor loskomende naden. Dit omdat bij die zadels het hele gewicht enkel en alleen op de stijgbeugelophanging komt. Ook de standaardinlages verliezen hun vorm na een tijdje en moeten worden vervangen wat de uiteindelijke prijs weer opdrijft. Opmerkelijk ook hoeveel boomloze zadels via internet tweedehands worden aangeboden.

6.      Een boomloos zadel volgt de paardenrug!

Juist. Maar men moet dan ook attent zijn voor de opbouw van de juiste bespiering en zich technisch laten begeleiden. Recreatieruiters bvb. kunnen onmogelijk 6 uur aan een stuk hun paard verzamelen tijdens een dagtocht. Op het einde van het ruiterseizoen lopen die paarden dan ook vaak “uit elkaar” (en dat is normaal) tenzij men ook werkt aan de bespiering van het paard tijdens de week of de winterperiode. En dit gebeurt met een instructeur in de zandbak.

7.      Een boomloos zadel is geschikt voor elk paard!

Fout. Er bestaan véél verschillende paarden en véél verschillende anatomische conformaties. Het ideaal passend zadel bestaat niet! Er bestaan wél veel slechte productiezadels (vooral lage loonlanden) en niet-passende kwaliteitszadels. Dit is het probleem van de wildgroei aan zgn. ruitersportzaken die het commercieel handelen verkiezen boven het welzijn van het paard. Elk zadel moet gepast worden, ook boomloze zadels! Of er moeten extra onderdelen bij besteld worden zoals hogere of bredere vormdelen vooraan of speciale onderleggers voor de druk.

Zo is het ook bvb. absurd zadels te kopen over internet. Het advies van een professionele zadelmaker of zadelpasser is absoluut aan te raden. Het paard verandert in de loop van zijn leven o.a. door opleiding (of het gebrek ervan), voeding, zwangerschap, bloedlijn. Professionelen houden daar rekening mee tijdens het passen.

Bovendien zijn er paarden die nerveus worden onder een boomloos zadel (net zoals met een ruiter op de blote rug trouwens). Voor deze paarden is het aangeraden een zadel mét boom te gebruiken.

8.      Een boomloos zadel brengt de ruiter dicht bij zijn paard en bevordert het contact!

Juist. Maar indien de ruiter elke beweging van het paard voelt, is ook het omgekeerde waar, en nog meer dan met een “klassieke” boom. Veel paarden hebben duidelijk problemen om te kunnen voortbewegen onder onstabiele ruiters met onduidelijke hulpen. Zoals reeds gezegd is het zadel een communicatiemiddel. Paard én ruiter moeten dus dezelfde taal spreken.

9.      Een boomloos zadel is geschikt bij de opleiding van jonge paarden!

Fout. Jonge paarden moeten leren hun evenwicht te vinden onder hun ruiter. Daarvoor moet deze stil en in balans zitten. Bovendien moeten zij leren hun buikspieren te gebruiken voor het opspannen van de rug en het onderbrengen van de achterhand. Een boomloos zadel kan dit helaas niet bewerkstelligen.

10.  Een boomloos zadel is uitstekend voor oudere paarden en drachtige merries!

Juist en/of fout…maar dit is al besproken in het artikel.

 

Kortom, boomloze zadels hebben zeker hun nut in welbepaalde gevallen maar er moet ook in overleg met professionals gehandeld worden. De hype erover komt meer door het feit dat er veel slecht passende zadels op de markt zijn en dit is de verantwoordelijkheid van de ruitersportsector en de opleiding. Boomloze zadels hebben deze tekortkoming enkel extra in de verf gezet.